Het was vrijdagavond. Mijn vrienden en collega’s gingen de kroeg in, uit eten of naar een of ander hip feest. Ik moest er niet aan denken. Ik gebruikte mijn laatste restje energie om naar huis te fietsen, waar ik met een dekentje op de bank instortte. Daar bleef ik zo’n beetje het hele weekend liggen om energie te verzamelen waarmee ik het net vijf werkdagen redde. 

Naarmate dit patroon zich vaker herhaalde, raakte mijn energie steeds sneller op. Ik bedacht dat dit niet langer zo door kon gaan. Ik vond mijn werk niet leuk. Sterker nog: ik vond mijn werk verschrikkelijk. Ontslag nemen leek me de enige optie.

Drie maanden later had ik een geweldige baan met fijne collega’s. Ik deed wat ik leuk vond, werd gewaardeerd en had ook na een intensieve werkweek nog bergen energie. Ik had plezier in mijn werk, terwijl ik niet van baan was gewisseld. Ik werkte nog steeds bij exact hetzelfde bedrijf, in dezelfde functie. Toch was alles veranderd.

Drie maanden eerder

‘Ik geef ze nog een maand. En als er dan nog niks veranderd is, neem ik ontslag. Het kan me niet schelen of ik dan al een nieuwe baan gevonden heb of niet. Ik wil dit gewoon niet meer’, zuchtte ik tijdens een etentje met mijn familie.

Ik zette me schrap tegen het advies dat ongetwijfeld zou volgen: kies voor zekerheid, zeg pas op als je iets nieuws hebt. De werkelijke reactie bleek totaal anders te zijn dan die in mijn hoofd. ‘Heel goed’, zei mijn moeder. ‘Ik weet dat je het al een tijdje niet meer ziet zitten en ik vertrouw erop dat je snel iets nieuws vindt.’ Ze dacht even na en zei: ‘En parttime werken, is dat geen optie?’

Dat ik daar zelf niet aan had gedacht! Maar ja, parttime werken paste eigenlijk niet in onze bedrijfscultuur. Hard werken was de norm. Als het moest, gingen we door tot middernacht. Daar klaagde niemand over. We lunchten achter ons bureau, er was zelfs geen kantine. En daar zou ik parttime willen werken? Ik kon het hoongelach van mijn collega’s al horen.

‘Je zegt nu dat het geen optie is, maar je hebt het nog niet geprobeerd’, viel mijn zus in. ‘Het alternatief is dat je ontslag neemt. Ik denk dus dat je wel wat onderhandelingsruimte hebt.’ Een goed punt.

Het heft in handen

Met knikkende knieën vroeg ik een gesprek aan met mijn manager. Ik legde hem mijn probleem voor, plus de oplossing die ik voor ogen had. Het probleem: er was zoveel werk, dat we dagelijks alles op alles moesten zetten om dat af te krijgen. Hierdoor was er geen ruimte voor plezier, creativiteit of verbetering. En dus veranderde er nooit wat.

Deze uitzichtloosheid frustreerde me en dat vrat energie. De oplossing: ik zou een dag minder gaan werken, zodat ik weer energie en creativiteit zou opbouwen. In mijn eigen tijd. Als ik daarbij salaris moest inleveren, dan moest dat maar. Mijn vrijheid was me meer waard dan mijn geld.

In tegenstelling tot wat ik had verwacht, reageerde mijn manager heel begripvol. De 32-urige werkweek werd voor me geregeld en ik vond langzaam mijn plezier, energie en creativiteit terug, precies zoals ik had gehoopt.

werk weer leuk vinden

Meer dan ik ooit voor mogelijk had gehouden

Al snel merkte ik dat ik mijn werk weer leuk ging vinden. Ik was een stuk energieker en positiever, en daardoor gingen er allerlei nieuwe deuren open. Mijn voorstel om parttime te werken moest bijvoorbeeld goedgekeurd worden door de oprichter van ons bedrijf, waardoor ik de kans kreeg om hem haarfijn uit te leggen wat volgens mij de pijnpunten in de organisatie waren. Nooit eerder had ik zo’n openhartig gesprek met hem gehad.

Collega’s betuigden me hun steun. ‘Wat goed dat je hebt aangegeven wat je nodig had’, zei iemand. ‘Misschien ga ik dat ook wel doen, want ik zit er helemaal doorheen.’ Collega’s vertrouwden mij hun moeilijkheden toe, omdat ik open was geweest over de mijne. Hierdoor konden we onze krachten bundelen om problemen op te lossen. Samen stonden we sterker. Konden we ons werk weer leuk maken.

Voordat ik parttime ging werken, was ik bang dat mijn collega’s zouden denken dat ik het werk niet meer aankon. Ik vreesde dat ze me niet meer serieus zouden nemen, maar het tegenovergestelde was waar. Ik werd juist meer voor vol aangezien.

Ineens werd ik betrokken bij allerlei projecten. Er werd me zelfs een totaal nieuwe functie aangeboden. De COO kwam naar me toe en zei: ‘Wat zou je ervan vinden om vanaf nu één dag in de week te besteden aan het oplossen van de problemen waar je tegenaan loopt? ‘ Geweldig, natuurlijk.

En zo veranderde mijn positie van machteloos naar invloedrijk. Van toeschouwer naar deelnemer. Van uitzichtloos tot uitgedaagd. Allemaal doordat ik mijn moed bij elkaar had geschraapt om aan te geven wat ik wilde.

Mijn collega’s waren nog hetzelfde, het leeuwendeel van mijn werk was nog hetzelfde en het bedrijf was hetzelfde. Toch was alles veranderd. Doordat ik mezelf één dag in de week gunde om op te laden en mijn creativiteit te blijven ontplooien, werd ik vrolijker, energieker en positiever, wat zijn weerslag had op de relatie met mijn collega’s en de resultaten. Ik was als parttimer meer van waarde voor het bedrijf dan als uitgebluste fulltimer.

Geleerd uit de praktijk: zo maak je je werk weer leuk

Je kunt natuurlijk heel hard roepen wat je allemaal niet leuk vindt aan je werk in de hoop dat iemand het zich aantrekt en het voor je gaat veranderen. Dat was mijn eerste tactiek. Werkte niet. Allesbehalve. Mensen vinden je alleen maar vervelend. Bovendien is het niet constructief, want zolang jij je passief opstelt, heb je nergens invloed op. Neem dus het heft in eigen hand. Hieronder de vier belangrijkste lessen die ik uit ervaring heb geleerd:

  • Houd het positief
    Het getuigt van lef als je de problemen durft te benoemen, maar alleen het aanwijzen van pijnpunten lost niets op. Praat in plaats daarvan over verbeterpunten. Dat klinkt een stuk leuker en houdt het gesprek positief. Bovendien zet het jou en de ander direct aan tot denken in mogelijkheden. Concentreer je niet op het probleem, maar op de oplossing.
  • Doe het samen
    Je weet nu wat je te doen staat. Maar kun je het wel in je eentje? Wie heb je nodig om jouw plannen uit te voeren? Benader de juiste mensen met een duidelijk plan van aanpak. Betrek hen ook op een positieve manier bij je plannen. Grote kans dat er goed op je gereageerd wordt en dat je collega’s met je mee zullen denken.
  • Stel prioriteiten
    Het is een feit dat je niet alles direct kunt oplossen, dus breek het probleem op in hapklare brokken. Wat kost jou het meeste energie? Wat vind je het belangrijkst? Pak dat als eerste aan. Quick wins werken motiverend.
  • Je kunt niet alles hebben
    Wees eerlijk tegen jezelf en realiseer je: wie hetzelfde doet, zal hetzelfde krijgen. Je kunt niet verwachten dat alles verandert terwijl de basiscondities hetzelfde blijven.Ik vond het bijvoorbeeld moeilijk om 20% salaris in te leveren als ik een dag minder ging werken. Ik was bang dat ik niet meer zou kunnen rondkomen. Maar toen ik geld tegenover vrijheid zette, zag ik duidelijk welke van de twee voor mij meer waard was en maakte ik een keuze die me bevrijdde. Dat kan jij toch ook?

Heb je belangrijk advies gemist? Of zit er een eye-opener voor je bij? Wat doe jij om je werk weer leuk te maken? Laat het weten in de reacties hieronder! Van elkaar leren we immers het meest.

 

 

Reacties
Like of deel dit met je vrienden!
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
  •