Hoewel Spencer Heijnen nog geen dertig is, staat zijn cv al bol van de indrukwekkende prestaties. Zo studeerde hij magna cum laude af, kreeg hij een exclusieve beurs om in Oxford te studeren en sleepte hij prestigieuze internationale prijzen in de wacht voor zijn scripties. Maar om nou te zeggen dat hij er gelukkig van werd… Nee. Spencer besefte dat hij anders moest gaan leven om meer geluk te ervaren. Hij verdiepte zich in de positieve psychologie en heeft zelfs van geluk zijn beroep gemaakt. Als well-beingconsultant adviseert hij het bedrijfsleven over geluk op de werkvloer. Eens kijken wat we van hem kunnen leren.

Je was een enorm succesvol student. Waarom werd je daar niet gelukkig van?
‘Ik was behoorlijk ambitieus. Ik stelde mezelf hoge doelen en werkte daar strategisch naartoe. Iedere keer dacht ik: als ik mijn doel bereik, word ik helemaal gelukkig. En dat was ook zo, maar de euforie duurde heel kort. Zodra ik een doel bereikt had, was er namelijk altijd wel weer iets anders, iets wat beter kon. Ik was mezelf constant aan het bewijzen en daardoor heel erg gestrest.’

“Sinds ik gedisciplineerd aan mezelf ben gaan werken ben ik gelukkiger en veerkrachtiger”

Wat is het moment geweest waarop alles omsloeg?
‘Op een dag had ik eindelijk een felbegeerde beurs gekregen waarmee ik naar Oxford kon. Het was het moment waar ik zo lang van had gedroomd, alles waar ik zo keihard voor had geknokt. Ik was er! Maar eenmaal in Oxford was ik helemaal niet zo blij. Ik kon alleen maar denken aan het feit dat ik eigenlijk een andere studie had willen doen. Daar had ik me expres niet voor aangemeld, om mijn kansen op die beurs te vergroten. En dat was gelukt. Maar hoewel ik dus precies had bereikt wat ik wilde, was ik nog steeds niet tevreden. Toen werd ik ongelooflijk boos op mezelf. Dit kon niet langer zo doorgaan. Dus ben ik vanaf toen gedisciplineerd aan mezelf gaan werken. Sindsdien ben ik gelukkiger en veerkrachtiger.’

Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?
‘Het boek Happier van Ben Shahar is een grote hulp voor me geweest. Shahar is een docent aan Harvard en heeft dit boek geschreven naar aanleiding van een vak dat hij aan die universiteit had gedoceerd. Happier was het meest populaire vak in de geschiedenis van Harvard. Het was positieve psychologie, maar dan toegespitst op de doelgroep die alleen maar meer, meer en nog meer wil, voor wie het nooit genoeg is. Voor mij, dus.’

Wat is positieve psychologie precies?
‘Deze vorm van psychologie concentreert zich op de bovenkant van de schaal die in psychologisch onderzoek wordt gebruikt. Vroeger concentreerde de psychologie zich alleen op de onderkant van de schaal, het negatieve. Alles draaide om afwijkingen, neuroses, trauma’s en aandoeningen die behandeld dienden te worden. Pas een aantal decennia wordt er ook onderzoek gedaan naar het deel boven het schaalgemiddelde, het positieve. Kortweg gaat positieve psychologie dus over hoe mensen gelukkiger kunnen worden.’

Een groot misverstand in onze individualistische samenleving is dat we het idee hebben dat we alles zelf, in ons eentje, moeten bereiken. Gigantische onzin. Dat kán helemaal niet.

En hoe kan een mens aan zijn eigen geluk werken? Waar moeten we beginnen?
‘Uit onderzoek binnen de positieve psychologie blijkt dat er vijf factoren van invloed zijn op ons geluk:

  • het ervaren van positieve emoties
  • relaties
  • zingeving
  • succes
  • flow, ook wel engagement genoemd.

Nu je weet welke factoren belangrijk zijn voor je geluk, kun je kijken aan welke je het best kunt werken.’

Geluk flowchart paint

Makkelijker gezegd dan gedaan. Of niet? Neem je eerste punt: het ervaren van positieve emoties. Hoe kunnen we nou beïnvloeden wat we voelen?
‘Je denkt misschien dat je emoties grotendeels afhangen van wat er om je heen gebeurt. Maar je kunt jezelf wel degelijk trainen in het ervaren van positieve emoties, door bijvoorbeeld elke dag drie dingen op te schrijven waarvoor je dankbaar bent. Als je dit een tijdje volhoudt, programmeer je je hersenen dusdanig dat ze zich vaker bewust zijn van leuke momenten, waardoor je meer positieve emoties ervaart.’

En flow? Wat is dat eigenlijk?
‘Flow betekent totale absorptie in het moment. Je kent het vast wel: onbewust ben je al uren met iets bezig. Als je een keer opkijkt, realiseer je je verbaasd dat het buiten al donker is en je nog niets gegeten hebt. Flow ontstaat als jouw capaciteiten en de uitdaging waartoe je je zet overeenkomen. Als je vaak in een flow raakt op je werk, ga je waarschijnlijk met plezier naar je werk. Maar als competenties en uitdaging niet overeenkomen, kan de flow niet ontstaan. Ook afleiding kan voorkomen dat je in de flow raakt. Daarom is het bijvoorbeeld goed om alleen op gezette tijden je e-mail te checken in plaats van iedere zoveel minuten. En het beoefenen van mindfulness kan ook helpen om meer bezig te zijn met het nu, dan met wat je vanavond gaat eten.’

Licht de rest dan ook maar even toe als je wilt.
‘De derde factor, misschien wel de allerbelangrijkste, zijn de relaties. Een groot misverstand in onze individualistische samenleving is dat we het idee hebben dat we alles zelf, in ons eentje, moeten bereiken. Gigantische onzin. Dat kán helemaal niet. De mens is gebouwd om met elkaar te overleven. Het principe survival of the fittest gaat in ons geval niet over het recht van de sterkste, maar wie er het beste kan samenwerken.’

Wist je dat Neanderthalers veel sterker waren dan de Homo Sapiens en ook meer denkkracht hadden? De reden dat de Homo Sapiens hebben overleefd ten koste van de Neanderthalers, is omdat ze beter konden samenwerken. Kortom: je kunt uiteraard zelf het initiatief nemen, maar je moet het wel met andere mensen doen.’

En zingeving? Dat is misschien wel het moeilijkst.
Zingeving gaat over deel uitmaken van iets dat groter is dan jij zelf, iets voor een ander doen. Of iets zin heeft of niet, bepaal je zelf. Je hoeft het niet te zoeken in heldendaden, maar bijvoorbeeld in soep brengen aan een zieke vriend. Hetzelfde geldt voor de laatste factor, succes. Je kunt succes zoeken in grootse roem en rijkdom, maar ook in de kleine dingen.’

Klinkt redelijk. Dus we hebben ons geluk volledig in eigen hand? 
‘Dat niet. De een is nu eenmaal van nature positiever dan de ander. In de positieve psychologie gaan we uit dat 50 procent van je geluk aangeboren is en dat 10 procent afhangt van de omstandigheden. Dat laat nog 40 procent ruimte voor maakbaarheid. Het is dus aan jou of je het van een vier naar een acht trekt of niet. Aan de andere kant moet je er ook weer niet in doorslaan. In onze cultuur ligt het idee verankerd dat alles maakbaar is. Iedereen is dus verantwoordelijk voor zijn eigen leven en zijn eigen succes. Maar dat betekent ook dat het je eigen schuld is als het fout gaat. Die angst en die druk veroorzaken grote stress.’

Het is vaak niet het negatieve gevoel dat de problemen veroorzaakt, maar je eigen weerstand ertegen.

Wat is volgens jou het grootste misverstand omtrent geluk?
‘Dat geluk alleen maar over positieve emoties gaat. Mensen lijden onder het lijden dat ze voelen, een soort complexe gedachtenlaag. Iedereen wil gelukkig zijn en vaak voelen mensen zich er rot over als dat niet lukt. Negatieve gedachten hebben een heftigere lading dan positieve en ze lijken ‘echter’ dan de rest. We hebben de neiging om die negatieve emoties te onderdrukken of ervoor weg te rennen. Maar het is heel belangrijk dat je accepteert dat je je af en toe niet goed voelt. Om ruimte te houden voor zowel het positieve als het negatieve.’

Hoe doe jij dat zelf?
‘Ik onderdrukte mijn negatieve emoties niet, maar rende er wel voor weg. Mindfulness hielp me om dit te veranderen. Ik ging bewust op zoek: wat voel ik? Hoe voelt dat in mijn lichaam? Met onderzoekende aandacht en milde vriendelijkheid stelde ik me open voor dat gevoel.

Als je depressief bent zou je moeten zeggen: oké, depressie, kom maar op! Dan laat je het toe. Het is vaak niet het negatieve gevoel dat de problemen veroorzaakt, maar je eigen weerstand ertegen.

Ik ben veel gaan mediteren, en ben meer energie gaan steken in dankbaarheid en relaties. Het maakt me gelukkiger en veerkrachtiger. Natuurlijk heb ik ook pieken en dalen , maar ik accepteer veel meer dat ik wel eens niet gelukkig ben, dat ik soms ook niet weet wat ik wil.’

Wat kunnen wij doen om veerkrachtiger en weerbaarder te worden? 
‘Ik zou iedereen aanraden om meditatie in ieder geval eens te proberen. Mindfulness is allang niet meer zweverig. Je immuunstysteem verbetert, je wordt stressbestendiger, je geheugen werkt beter en zo zijn er nog tal van voordelen. Of je het nu meditatie, boeddhisme of cognitieve gedragstherapie noemt: het werkt. Ik zou je wel aanraden om het samen met andere mensen te doen. Dan werk je meteen aan je relaties en vang je twee vliegen in één klap. Bovendien gaat acceptatie makkelijker als je erover kunt praten.

Daarnaast is het goed om een dankbaarheidsdagboek bij te houden. Iedere dag drie dingen op te schrijven waar je dankbaar voor bent. Zo train je je brein om te focussen op het positieve en kost dat op de lange duur minder moeite.

Tot slot: ga sporten! De farmaceutische industrie wil liever niet dat we het weten, maar sporten kan enorm helpen bij het tegengaan van een depressie. Drie keer per week een halfuur is al genoeg!’

Gelukswetenschapper

Stephanie van der Wiel

Reacties
Like of deel dit met je vrienden!
  •  
  •  
  • 112
  •  
  •  
  •  
    112
    Shares