Al dik twee jaar had ik last van RSI-klachten: pijn en tintelingen in mijn armen en rug. Hoe meer ik het probeerde te negeren, hoe prominenter het werd. Het kon zo niet langer. Dus zocht ik hulp. Maar welke dokter, fysiotherapeut of acupuncturist ik ook bezocht, niemand kon me helpen om van de pijn af te komen. Iedere arts of therapeut wees me erop dat RSI-klachten vaak stressgerelateerd zijn. Maar ik had helemaal geen stress! Toch?

Stress was voor de dokters die dagelijks vochten tegen de dood, voor de Zuidas-advocaten die tot diep in de nacht hun tanden stuk beten op een ingewikkelde zaak waar miljoenen mee gemoeid waren. Niet voor een armzalig redacteurtje met een 40-urige werkweek.

Pijn als signaal

Op aanraden van een vriendin bezocht ik ten einde raad een haptonoom, iemand die lichaam en geest als een geheel ziet. Ook hij vermoedde dat stress de oorzaak was van mijn klachten. En zoals hij het uitlegde, leek het wel hout te snijden. ‘Je pijnklachten zijn grillig. Waar het zeer doet en hoe erg, dat wisselt met de dag. Dat betekent dat je geen ziekte of ontsteking hebt, want dan zouden je klachten constant zijn.’

Dus toch stress? Dat zou ik toch zeker zelf wel weten?

‘Veel mensen zijn zich niet bewust van hun spanning,’ legde de haptonoom geduldig uit. ‘Daarom zien ze hun burn-out ook niet aankomen. Jij hebt geluk, want jouw lichaam zet spanning om in pijn, als een signaal. Dus als jij die spanning kunt kwijtraken, kun je ook van de pijn afkomen.’

Inmiddels had ik zo’n last, dat ik bereid was alles te proberen. Zelfs zweverige dingen, waar ik helemaal niet dol op ben. De haptonoom raadde me mindfulness aan: iedere dag een kwartiertje of langer mediteren en wat yoga-oefeningen doen, zodat ik meer ‘in contact kon komen met mezelf’. Een zinnetje dat de rillingen over mijn rug deed lopen. Maar alle andere, minder zweverige opties had ik al geprobeerd, zonder resultaat.

Dus accepteerde ik dat ik vanaf nu ook tot het geitenwollensokkentype zou behoren, en deed ik maandenlang braaf de oefeningen. Iedere avond lag ik op mijn yogamatje te rekken en te strekken en bijna dagelijks nam ik twintig minuten om alleen maar te zitten. Maar het lumineuze inzicht waardoor alle klachten als sneeuw voor de zon zouden verdwijnen, bleef uit.

Gevecht

‘Ik doe aan mediteren’, vertelde ik een maand later trots aan een vriend. ‘Het schijnt dat je zo meer rust in je hoofd kunt krijgen.
‘Leuk dat jij nu ook hebt ontdekt wat hele volksstammen al eeuwenlang weten’, antwoordde hij laconiek.

Toch had ik nog helemaal niks ontdekt. Ik dééd het misschien wel, maar begreep het nog steeds niet. In plaats van te zitten en te accepteren dat dingen zijn zoals ze zijn, dacht ik veel te veel na. Of ik wel goed zat, goed ademde. Of het wel normaal was dat ik soms in slaap viel. Ik werd boos op mezelf als ik te ontspannen was en ook als ik niet ontspannen genoeg was. En de pijn werd niet minder. En daar was ik ook kwaad om. Ik deed het kennelijk niet goed.

In plaats van een manier om tot rust te komen, was meditatie een gevecht geworden. Ik zat aan mezelf te bewijzen dat ik heus wel discipline had. Na dik twee maanden mediteren, was de pijn heftiger dan ooit. ‘Dat komt doordat je je nu bewuster bent van je lichaam’, zweefde de haptonoom sereen. Nou lekker dan, dacht ik. Heb je me daar even goed mee geholpen. Ik kon niet meer schrijven, niet meer pianospelen en ik was mijn bureaustoel gaan beschouwen als een martelwerktuig. Whatsappen deed ik zo min mogelijk en mijn laptop raakte ik niet meer aan. Dag leven, het was leuk je gekend te hebben.

Prioriteiten stellen

Hoewel de tranen in mijn ogen sprongen bij het vooruitzicht, begon ik te accepteren dat ik misschien wel nooit van de pijn af zou komen. Ik zou ermee moeten leren leven, en dat was precies wat ik ging doen. Stap één: ik zei de yoga en meditatie vaarwel. Er waren genoeg andere dingen waarvoor ik mijn kostbare tijd wilde gebruiken. Ik stelde prioriteiten en maakte me minder druk om wat ik allemaal niet had gedaan.

De pijn werd minder toen ik na meer dan 60 dagen stopte met de oefeningen, omdat ik vond dat ik niet álles perfect kon doen in het leven. Een maand later was ik nagenoeg pijnvrij. Voor mij geen verplichte yoga meer. En mediteren doe ik alleen nog als ik zin heb of als ik moeilijk in slaap kan komen.

Bewust worden van meer dan pijn alleen

Ik heb nooit openbaringen gehad, ben niet in huilen uitgebarsten en heb me ook nooit één gevoeld met mijn theekopje. Desondanks weet ik zeker dat ik veel te danken heb aan de mindfulnessoefeningen. Maar bovenal ben ik dankbaar voor de pijn. Want ernstige pijn was de enige manier om mij te doen  inzien dat ik verkeerd bezig was. Jarenlang had ik allerlei signalen van mijn lichaam genegeerd, totdat het zo hard schreeuwde dat ik wel moest luisteren.

Zonder dat ik het had gemerkt, was ik namelijk aan het veranderen in iemand die ik helemaal niet wilde zijn. Als jonkie in een leidinggevende functie bij een tijdschrift, probeerde ik krampachtig alles beter te doen dan al mijn voorgangsters. Ik zorgde dat het tijdschrift twee keer zo voordelig gemaakt kon worden, door praktisch alles zelf te doen. Daarnaast wilde ik mijn stempel drukken, opvallen en excelleren. Ik was als de dood dat ik niet genoeg zou bereiken. Ik werkte hard en had altijd tijd over, dus begon ik me te bemoeien met het werk van collega’s. Ik probeerde ze een geforceerde planning op te leggen en liep op rond op kantoor als een misplaatste politieagent. God, wat moeten ze me vervelend hebben gevonden.

Door de oefeningen merkte ik spanningen op in mijn lichaam. Ik merkte ineens dat ik altijd een iets te ferme hand gaf, op topsnelheid fietste en met opgetrokken schouders achter mijn computer zat. Wat ik ook deed, ik was van top tot teen gespannen. Altijd klaar om te vechten of te vluchten. De bewijsdrang die ik voelde, en vooral de angst om ‘er niet toe te doen’, kwam overal in terug. Ook in mijn lichaamstaal. Door iedere dag even de vraag te stellen: ‘kan het zachter, meer ontspannen?’ leerde ik niet alleen veel over mijn lichaam, maar ook over mezelf.

Oude vriend

De pijn is er nog, af en toe. Maar nooit meer zo hevig als twee jaar geleden. Ik ben niet meer bang voor hem. Sterker nog: ik verwelkom de pijn als een oude vriend en neem de tijd om uit te zoeken wat hij me wil vertellen. Want ik weet nu dat hij niet voor niets op de stoep staat.

Als jij dit stuk tot het einde hebt uitgelezen, is de kans groot dat je iets van jezelf in dit verhaal herkent. (Hoewel… je kunt natuurlijk een van de zeldzame lezers zijn die dit stuk gewoon echt leuk vinden.) Ik hoop dat dit artikel je aanmoedigt om jouw eigen signalen niet langer te negeren. Zoals gelukswetenschapper Spencer Heijnen al zei:

Het is vaak niet het negatieve gevoel dat de problemen veroorzaakt, maar je eigen weerstand ertegen.

 

Reacties
Like of deel dit met je vrienden!
  • 4
  •  
  •  
  •  
  •  
  •  
    4
    Shares